Aan de vooravond van smart building technology

Aan de vooravond van smart building technology

In het project ‘Slim Verduurzamen Gemeentelijke Gebouwen’ (SVGG) werken de gemeente Eindhoven en consortium !MPULS samen aan het maximaal verduurzamen van zeven gemeentelijke gebouwen in het Eindhovense stadshart. Maar na renovatie en plaatsing van zonnepanelen of slimme sensoren is de klus om energieneutraal te zijn nog niet geklaard. Sterker nog, het echte werk begint volgens Marc Horsten, Marc Gijsman en Paul Vos dan pas. “Met de oplevering van de stadhuistoren staan we aan de vooravond van het daadwerkelijk gebruiken en onderhouden van een smart building.”

Marc Gijsman (gemeente Eindhoven) en Paul Vos (!MPULS) | © Twycer

De verduurzaming van de Stadhuistoren in Eindhoven is zo goed als klaar en het gebouw is grotendeels in gebruik genomen. “Om de duurzaamheidsdoelstellingen van het SVGG-programma te halen, kozen we tijdens de renovatie heel bewust voor smart building technology”, vertelt Marc Horsten. Als programma-manager van !MPULS was hij nauw betrokken bij de keuze voor onder andere een passend softwareplatform. Een duurzame technische oplossing die niet alleen iets positiefs zou opleveren op het gebied van kosten en energieverbruik, maar die ook zou bijdragen aan het comfort en welzijn van de gebruikers van het gebouw. “Een tool die een duurzame totaalbeleving creëert door middel van slimme technologie”, verduidelijkt hij. “En die – juist ook in de onderhoudsfase – meerwaarde oplevert.”

Gevoel van comfort

De gemeente Eindhoven en !MPULS pakken verduurzaming breed op, stelt Marc Horsten. “In de gebouwen waarin we slimme technologie implementeren, moet de techniek ons – veel meer dan op de traditionele manier – in alle waardevolle aspecten ondersteunen. Leefbaarheid is daarin net zo belangrijk als bijvoorbeeld energiebesparing en CO2-reductie.” In de Stadhuistoren bevinden zich daarom onder meer bewegingssensoren voor werkplekbezetting en klimaatsensoren. “Door die relatief complexe techniek verwachten we dat het ongeveer een jaar duurt voor alles optimaal draait. Maar de werknemers zullen het wel op korte termijn gaan ervaren. Via een app kunnen zij straks zien waar in het gebouw het rustig of juist bedrijvig is”, legt Marc uit. “En ze kunnen verlichting en klimaat bij de werkomgeving aanpassen op persoonlijke voorkeuren. Die eigen controle heeft groot effect op het gevoel van comfort en op de productiviteit en vitaliteit van medewerkers.”

Slimme klimaatplafonds in Stadhuistoren t.b.v. akoestiek en individuele regeling van verlichting en klimaat | © Henry Peters - Fotostudio G2

Proactief onderhoud

Ook de vitaliteit van het gebouw en de installaties zelf verbetert dankzij smart building technology. Zo moet het softwareplatform Simaxx er bijvoorbeeld voor gaan zorgen dat alle data uit een gebouwbeheersysteem wordt geanalyseerd. Het systeem houdt de installaties in de gaten, herkent storingen en checkt doorlopend zaken die comfort, leefbaarheid en energieverbruik beïnvloeden. Dat heeft volgens Marc Gijsman, adviseur installaties bij de gemeente Eindhoven, ook positieve gevolgen voor het onderhoud. “Voorheen hadden we twee opties: er kwam een storingsmelding over een installatieonderdeel vanuit het gebouwbeheerssysteem of iemand meldde een afwijking of klacht”, legt Marc Gijsman uit. “In beide gevallen is er dan al een probleem ontstaan. Met innovatie software als dit kunnen we die klachten voor zijn. Door proactief te reageren op verbetermogelijkheden en onregelmatigheden, werken installaties duurzamer, stabieler en treedt er minder slijtage op. Zo voorkomen we onnodige kosten en energieverlies. Tegelijkertijd dragen we bij aan een verbeterd gevoel van comfort en een vitalere werkomgeving voor de gebruikers van het gebouw. Ook dat past volgens ons bij de duurzaamheidsgedachte.”

Slimmer, efficiënter en duurzamer

Op het gebied van onderhoud werkt Marc Gijsman nauw samen met !MPULS projectleider Onderhoud Paul Vos. “De sensoren worden momenteel in bedrijf gesteld, maar nu moeten we de Stadhuistoren ook daadwerkelijk gaan gebruiken en onderhouden als smart building”, geeft Paul aan. “Om daarvan straks concreet de vruchten te plukken, doorlopen we verschillende fases. Allereerst moeten we als onderhoudsspecialisten begrijpen hoe de geïmplementeerde smart building technology precies in elkaar steekt. Vervolgens moeten we ermee gaan werken – de technologie voor ons laten werken – en daarbij aantoonbaar maken welke voordelen we in de praktijk behalen. Wat kan op het gebied van onderhoud nog slimmer, efficiënter of duurzamer?” Dat vraagt volgens Paul om een voortdurende ontwikkeling van vakmensen, die zelf ook toekomstbestendig willen werken. “Zulke onderhoudsmonteurs worden niet overbodig door slimme technologie. Integendeel, ze verbreden en verrijken juist hun specialisme door die nieuwe technieken. Ik vind dat fantastisch mooi.”

2.0 implementeren

Een belangrijk uitgangspunt van SVGG is de integrale benadering: we verduurzamen geen afzonderlijke gebouwen, maar gebruiken de kennis die we opdoen op het gebied van renovatie, beheer en onderhoud bij meerdere gemeentegebouwen. Dat geldt ook voor de implementatie van slimme technologie en software, stelt programmamanager Marc Horsten. “De Stadhuistoren is het eerste gebouw waarin we het hebben geïmplementeerd en waar het vanaf nu gebruikt kan worden. Daarna volgen de andere vijf te renoveren gebouwen binnen het SVGG-programma. Hoewel de software bij andere gebouwen bewezen effectief is, willen we juist ook leren van onze eigen ervaringen. Daarvoor moeten we goed de tijd nemen.” Werknemers in de Stadhuistoren zullen daarom volgens Marc Horsten regelmatig worden gevraagd naar hun bevindingen. “De lessen die we de komende tijd halen uit die gebruikersfeedback nemen we mee in de implementatie bij volgende gebouwen. Een ‘living lab’ noemen we dat: hier de technologie zelf ervaren, daar direct 2.0 implementeren.”

Toch heeft Marc Horsten de hoop dat ook gebruikers van de Stadhuistoren snel een aantal opbrengsten zullen signaleren. “Hoewel smart building technology hier nog in de kinderschoenen staat, verwacht ik dat een aantal relatief simpele aanpassingen zal leiden tot snelle, opvallende besparingen. Daar kijken we alvast naar uit.”